Historie

De geschiedenis van de Eerbeekse Oliemolen begint met een korenmolen die behoorde tot de bezittingen van Huis te Eerbeek. De oudste vermelding dateert van 1395. In dat jaar kwam het "Huis te Eertbeeck" in handen van Vrederick van Bronchurst (een van de Heren van Bronkhorst).

De korenmolen wisselde door de jaren heen vele malen van eigenaar. Noemenswaardig is hetgeen het Pachtregister uit het jaar 1682 vermeldt: "De meule voor het Huys te Eerbeek is verpacht aan Gerrit Jansen Muller voor tweehonderdvijfenenzeventig guldens, een vette gans en een koppel hoenderen".

 

In 1825 werd op de andere oever van de beek, tegenover de korenmolen een oliemolen gebouwd. Enkele tietallen jaren later, in 1860, werd de oliemolen naar de huidige plek verhuisd en tegen de bestaande korenmolen aangebouwd. Prof. M.W.C. Weber (foto) kocht in 1895 het landgoed van Huis te Eerbeek. Zijn weduwe gaf het in 1942 in handen van de Stichting Geldersch Landschap. Op zijn beurt verkocht de Stichting de molen door aan de huurder J.W. van Zadelhoff.

Gebruik oliemolen

Een korenmolen was belangrijk in het dagelijks leven maar ook een oliemolen was zeer welkom. Op de Veluwe was het vroeger gebruikelijk om "beuk te garen". Dat wil zeggen, beukennootjes verzamelen om er olie uit te slaan, het zogenaamde "beuk slaan". Het waren neveninkomsten voor kleine boeren. In de beukennootolie bakte men de fijnste pannenkoeken en oliebollen. Het restproduct, de overgebleven koeken, diende als veevoer.

Omdat de boeren regematig met hun koren naar de graanmaalderij moesten, ontstond er op deze plek ook een café. Dat was het ontmoetingspunt voor de toenmalig bewoners van deze streek. Daar werden de nieuwtjes uitgewisseld. De wachttijd bij het malen werd op deze manier veraangenaamd.    

De beek

Het water waaraan de oliemolen ligt, is een sprengenbeek. Deze ontspringt bij een sprengenkop op de Veluwe. Dat is een tot op het grondwater gegraven gat, waardoor het grondwater vrij komt en gaat stromen. Door het natuurlijk hoogteverschil op de Veluwe onstaat zo een beek.

De sprengenbeken op de Veluwe zijn met de hand gegraven in de periode 1600 - 1800. Het stromend water leverde water-energie voor het aandrijven van het waterrad, dat weer voor de aandrijven van het  molenrad zorgde.

Restauratie

In 1917 was de oliemolen voor het laatst in bedrijf. De korenmolen verdween in de jaren zeventig om plaats te maken voor het huidige horecapand. In 1962 werd het totaal vergane rad vernieuwd. (zie foto) Na een restauratie van het binnenwerk in 1967 kon de oliemolen alleen "droog" draaien. Begin deze eeuw werden plannen gemaakt om de molen weer maalvaardig te maken. Met donaties van burgers, bedrijven, verenigingen, Waterschap Veluwe, Het Geldersch Landschap, Provincie Gelderland, Gemeente Brummen, de familie van Zadelhoff en subsidie van de Europesche Gemeenschap is dat gelukt.

 

Op 16  november 2007, 90 jaar nadat voor het laatst gemalen werd, werd de gerestaureerde molen weer in gebruik genomen door een officiele handeling van mevrouw Drs. A.E.H. van der Kolk, gedeputeerde van de Provincie Gelderland.